Het Katholiek Vrouwen Dispuut werd op 28 september 1946 in Utrecht opgericht door een aantal katholieke vrouwen. Zij vonden dat de stem en invloed van de katholieke vrouw onvoldoende tot zijn recht kwam in de samenleving. Tot de oprichtsters behoorden:

  • Wally van Lanschot, in 1947 de eerste vrouw in het KVP-bestuur en initiatiefneemster van het KVD;
  • Agnes Nolte, vanaf 1948 Tweede Kamerlid voor de KVP;
  • Anna de Waal, in 1953 de eerste vrouwelijke staatsecretaris;
  • Marga Klompé, in 1956 de eerste vrouwelijke minister.

Uitgangspunt van het dispuut was dat er voldoende getalenteerde katholieke vrouwen in Nederland die zich in samenwerking met mannen ‘in dienst konden stellen van de gemeenschap’. Het KVD is opgericht in een tijd van verzuiling. Binnen de katholieke zuil was het geloof vanzelfsprekend, maar de positie van vrouwen minder. In de beginjaren was het KVD dan ook actief om vrouwen op posities te krijgen met politieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Later kwam de nadruk meer te liggen op bewustwording van een aantal problemen in de samenleving.

Vrouwenbelangen maakten langzaam plaats voor andere speerpunten. In het brede scala aan onderwerpen dat tegenwoordig langs komt, zie je in alle kringen veelal hetzelfde type onderwerpen: onderwerpen waar spanning op zit, zoals nieuws, die raken aan ethische dilemma’s, zoals levenseinde, of waarover je moet nadenken, zoals technologie en andere ontwikkelingen die van invloed zijn op onze toekomst.

En het katholieke dan? Het KVD is niet kerkelijk of dogmatisch gebonden. Dat was al een expliciete keuze van de oprichtsters. Het gaat om inspiratie door de katholieke traditie en Bijbelse waarden, waarin zorg voor elkaar en de aarde belangrijk zijn. Net als verbinding tussen mensen en over generaties. Katholiek gaat terug op de oude betekenis van ‘katholikos’, het geheel betreffend. Betrokkenheid, inspiratie en ontwikkeling zijn belangrijke waarden van dispuutleden.